Ik dacht dat ik het wist. Tot ik het van binnen zag.
Op 24 april 2026 stond ik in een doktersjas in de anatomische snijzaal van het UMC Utrecht. Niet als coach, maar als student. Voor me lagen meerdere delen van lichamen, opengelegd, met een professor die liet zien hoe het écht in elkaar zit.
De nervus vagus die zich vanuit de hersenstam een weg baant naar hart, longen, middenrif/diafragma en tot diep in de buik. Het diafragma (onze ademhalingsspier) dat met alles verbonden is. De psoas, die spier die zich vastklemt zodra we onder spanning staan.
In mijn ademopleiding leer ik dat allemaal uit de presentaties en verhalen. Maar het weten en het zien zijn twee verschillende dingen.
Wat me bijbleef: hoe letterlijk zichtbaar de sporen zijn van jarenlang te hoog en te snel ademen. We doen het bijna allemaal — borstademhaling, te veel lucht, een stress-as die nooit helemaal uit gaat. En je ziet het terug. In de nek, in de onderrug, in spanning die zich nestelt tot in het hart en het hoofd.
We zoeken oplossingen vaak in ons hoofd. Maar het zit óók in het lijf. Daarom begin ik in mijn werk steeds vaker bij de adem — niet omdat het zweverig is, maar omdat het de plek is waar verandering kan beginnen.
Ik liep die zaal binnen met kennis. Ik liep eruit met iets stillers: ontzag.
Dank aan Jerome Wehrens en B-Mind voor deze bijzondere kans, en aan John Verwijs, Directeur Medisch Onderwijs, voor het meelopen en alles wat hij liet zien.